Verwerking
De Nederlandse akkerbouwkolom bestaat uit circa 25.000 ondernemingen die zich bezig houden met de teelt, handel en verwerking van akkerbouwproducten. Dit zijn bedrijven die bijvoorbeeld granen, aardappelen en suikerbieten telen, verhandelen en verwerken tot levensmiddelen zoals brood, patat en snoepgoed. De sector zorgt voor uitgangsmateriaal in de vorm van pootgoed en zaaizaden. Ook leveren deze bedrijven grondstoffen voor de voedingsmiddelenindustrie, de diervoederindustrie en tal van andere industrieën, die er medicijnen, papier of textiel van maken. De belangrijkste ketens zijn die van granen, aardappelen en suiker. Het zijn lange ketens: tussen de teler en de consument bevinden zich vele schakels.
Kenmerkend voor de Nederlandse akkerbouwkolom is de sterke positie van de handel en de industrie. Op tafelaardappelen na, bereiken onze producten de consument als verwerkt product. Het bedrijfsleven is sterk internationaal georiënteerd. Dat betreft zowel de grondstoffenvoorziening als de afzet van eindproducten. Deze bedrijven gebruiken de modernste productiemiddelen, hebben internationaal een zeer vooraanstaande positie en maken vaak deel uit van multinationale ondernemingen.
Nederland is een aantrekkelijk vestigingsland voor bedrijven in de akkerbouwkolom, vooral de verwerkende industrie. Door het gunstige klimaat voor bijvoorbeeld de teelt van aardappelen en suikerbieten zijn hier kwalitatief goede grondstoffen ruimschoots beschikbaar. Maar ook de aanwezigheid van grote zeehavens in Rotterdam en Amsterdam vergemakkelijkt de aan- en afvoer van grondstoffen en eindproducten. Bovendien is de ‘thuismarkt’ groot door de aanwezigheid van grote voedingsmiddelenindustrieën. Mede dankzij de aanwezigheid van deze ondernemingen telt Nederland relatief veel en omvangrijke suiker-, zetmeel- en meelproducenten. In een straal van 500 kilometer rond Nederland is een rijke afzetmarkt aanwezig. Verder is Nederland ten opzichte van andere landen een unieke plaats voor agro-industriële verwerkers . Er treedt vrijwel geen verlies op in het productieproces: alle onderdelen (food, feed en non-food) kunnen worden afgezet tegen een redelijke prijs. Tot slot leiden factoren als de aanwezigheid van goed gekwalificeerd personeel, de milieuregels en het fiscale klimaat tot een stabiele economische omgeving.

