Wratziekte
Wratziekte bij aardappelen wordt veroorzaakt door de bodemschimmel Synchytrium endobioticum. In Nederland komen vier typen (fysio’s) voor, namelijk 1, 2, 6 en 18. Doel van het voorschrift is om de verspreiding van en besmetting met wratziekte te beheersen en de export van voortkwekingsmateriaal (bijv. bollen en planten) niet te belemmeren. In de overzichtsnotitie vindt u alle relevante informatie over het voorschrift.
Het algemene voorschrift is dat in grote delen van Nederland alleen aardappelrassen mogen worden geteeld die weinig vatbaar of resistent zijn tegen het in dat gebied voorkomende wratziektefysio. Welke rassen zijn toegestaan hangt af van het gebied waarin het perceel ligt en het teeltdoel (voor zetmeel, pootgoed of consumptie). De verschillende ‘preventiegebieden’ zijn opgenomen in een overzichtskaart.
Wilt u snel weten waaraan u zich moet houden, kijk dan in de notitie ‘Welke rassen zijn toegestaan?’
Als wratziekte op uw perceel is/wordt aangetroffen, dan gelden de regels van de Plantenziektenkundige Dienst (PD). Op het besmette perceel zelf is aardappelteelt verboden en in de bufferzone rondom de besmetting mogen alleen volledig resistente rassen worden geteeld (zie PD-naamlijst).
PA Lijsten
Lijst D
Lijst O
Lijst T
Preventiegebieden
Overzichtskaart
ZO-Nederland
NO Zand- en dalgrondgebied
Zetmeelaardappeltelend gebied
Kerngebieden
Barger Compascuum
Foxel
Mantinge
Ter Apel
Veendam
