Graanziekten / mycotoxinen
Het productschap laat periodiek (nieuwe) graanziekten inventariseren in Nederland en daarmee gepaard gaande toxinerisico's in kaart brengen. Een brongerichte aanpak is het meest effectief om ziekten en de eventueel ontstane toxinen te voorkomen en daarom krijgt de ontwikkeling van nieuwe resistente rassen en beheersstrategieën in de teelt aandacht.
Vanwege het belang voor de akkerbouwketens heeft het productschap de afgelopen jaren voornamelijk onderzoek laten verrichten naar Fusariumschimmels en toxinen.
In 2000 en 2001 is onderzocht welke Fusariumsoorten in Nederland voorkomen. In 2008 zal de inventarisatie in tarwe worden herhaald.
In 2001 is ook een literatuurstudie, met daarin kennisleemtes in het nationaal en internationaal Fusariumonderzoek, uitgevoerd door Plant Research Internatonal (PRI). Op basis van deze studie is vanaf 2002 het verband tussen de mate van schimmelaantasting en de vorming van toxinen in afhankelijkheid van rasgevoeligheid, gewasbescherming (tegen aarfusarium en aargalmuggen) en oogst- en bewaaromstandigheden onderzocht om te komen tot een beslissingsondersteunend systeem.
In 2008 hebben Praktijkonderzoek Plant & Onderzoek (PPO) verder gewerkt aan de ontwikkeling van het beslissingsondersteunende systeem en heeft PRI de inventarisatie van resistentiemechanismen van tarwerassen afgerond.
In 2009 is een nieuw fusariumonderzoek gestart. Landelijk worden zowel de fusariumsoorten als de geproduceerde mycotoxinen in beeld gebracht.
Naast onderzoek besteedt het productschap ook aandacht aan voorlichting over de beheersing van mycotoxinen. Een voorbeeld daarvan is de brochure Fusarium in granen. Deze brochure is op grote schaal onder de Nederlandse akkerbouwers verspreid en gaat over de stand van zaken op gebied van beleid, kennis en technische maatregelen waarmee fusariumschimmels en toxinen beperkt kunnen worden.
